|
Het bezuinigingspakket van onze regering kent ook een aantal versoberingen op het gebied van de heffingskortingen met betrekking tot kinderen. Hieronder sommen we de meest ingrijpende wijzigingen op: Aftrek voor levensonderhoud voor kinderen waarvoor geen studiefinanciering of kinderbijslag ontvangen wordt: Als je een kind hebt dat geen recht heeft op kinderbijslag of studiefinanciering, maar dat wel een studie volgt of anderszins afhankelijk is van de ouders, dan kun je de kosten voor levensonderhoud die je als ouder kwijt bent opvoeren als buitengewone lastenaftrek. Tot en met nu kon dat voor kinderen die maximaal 30 jaar waren. Deze drempel is verlaagd naar 21 jaar. Voor kinderen die ouder zijn, maar waar nog steeds het bovengenoemde voor geldt kunnen er dus geen kosten meer voor worden afgetrokken. Mensen die in deze situatie zitten missen dus een vaak forse aftrekpost op de aangifte. Kinderen stoppen over het algemeen meestal niet met studeren als ze 21 jaar zijn… Kindertoeslag box III: Vanaf 2012 geldt de het heffingsvrije vermogen in box III voor de kinderen niet meer: tot en met 2011 gold een korting van € 2.779 per kind dat in mindering gebracht mocht worden op het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen. Deze komt dus te vervallen per 2012. Het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen wordt dus per gezin met kinderen hoger, vanwege het wegvallen van deze korting. Alleenstaande ouderkorting: Deze heffingskorting gold tot en met 2011 voor alle alleenstaande ouders met kinderen tot 27 jaar. Deze leeftijd wordt verlaagd naar 18 jaar, dus vanaf 2012 heeft u alleen nog recht op deze korting als uw kind jonger is dan 18 jaar. Eénouder gezinnen gaan er dus in dit opzicht op achteruit als er kinderen ouder dan 18 jaar tot het huishouden behoren. |
